U bent hier: Home » Artikelen over omgaan met emoties » Hoe je gedachten je gevoelens beinvloeden

Hoe je gedachten je gevoelens beinvloeden

 

De invloed van gedachten op gevoelens kan twee kanten op werken.

Jouw manier van denken zorgt voor nare gevoelens of jouw manier van denken zorgt voor plezierige gevoelens.

Helaas gebeurt dit razend snel en heb je vaak niet in de gaten dat je gedachten hebt die je angstig maken.

Dat komt omdat bepaalde basisgedachten al jong in je leven zijn ontstaan.

 

Het goede nieuws is, dat je je gedachten kunt stoppen en veranderen. In het begin lijkt het geforceerd, want je vertrouwt het niet helemaal. Dat komt omdat je denkt dat jouw gedachten de werkelijkheid zijn. Je denkt dat een rooskleurige manier van denken niet echt is. Misschien denk je dat gedachten een eigen leven leiden. Dat ze los van jou bestaan.  Maar je kunt juist je manier van denken beïnvloeden.

Negatieve gedachten leiden tot angst, schaamte en minderwaardigheidsgevoel en samen vormen ze een grote blokkade om in beweging te komen of voor jezelf op te komen. Je schaamt je voor wie je bent of hoe je er uitziet of omdat je bloost.  Als je iets moet zeggen praat je zacht, onverstaanbaar of zo snel dat niemand je kan volgen. Zie je hoe je door deze gedachten jezelf onderuit haalt? 

 Test de invloed van gedachten op gevoelens:

  • Wat moet je denken om je schuldig te kunnen voelen?
  • Wat moet je denken om je boos te kunnen voelen?
  • Wat moet je denken om je verdrietig te kunnen voelen?
  • Wat moet je denken om je blij te kunnen voelen?
  • Wat moet je denken om je verlegen te kunnen voelen?

 

Herken negatieve gedachten zoals:

  • Dit is vreselijk
  • Ik moet uitkijken
  • Ik moet me inhouden
  • Ik kan dit niet aan
  • Ik kan hier niet tegenop
  • Ik weet niet wat ik moet zeggen
  • Ik ga af
  • Ik kan dit niet
  • Niemand ziet mij
  • Niemand wil mij
  • Ik ben niet interessant
  • Ik heb niets te zeggen

 

Vaak kun je een patroon waarnemen in je manier van denken. Je kijkt naar de wereld vanuit een bepaalde bril, die niet bevorderlijk is voor je gevoel van eigenwaarde. Het belemmert je om in beweging te komen.

Welk denk patroon heb jij?

 

Zwart – wit denken

Wanneer je zwart-wit denkt, ben je of goed of slecht. Er is geen tussenweg. Dan is het oordeel snel geveld vanuit een negatieve manier van kijken. Je bent succesvol of je bent een looser.  Je bent mooi of lelijk. Je ben slim of dom. Door in zwart-wit plaatjes te denken ben je al snel aan het overdrijven. Zo gaat het leven niet. De ene keer lukt iets en een andere keer mislukt iets en soms lukt het een beetje. Het leven is zoveel genuanceerder of complexer. Onderzoek jezelf met alle nuances. Je hebt bijvoorbeeld een prachtige bos haar en mooie lippen maar je benen zijn wat kort en je voeten nogal groot i.p.v. te denken dat je in zijn geheel lelijk bent.

 

Rampdenken

Je richt je op alles wat er mogelijk mis kan gaan. Vaak zijn dat irreële beelden. Als ze zien hoe dom ik ben, gaan ze mij ontslaan, dan kan ik mijn huis niet meer betalen. Straks sta ik op straat.

 

Iets positiefs onderuithalen

Complimenten voor je werk of je uiterlijk haal je onderuit door je er minderwaardig over uit te spreken of anderen de credits te geven

 

Angst of andere gevoelens te serieus nemen

Je gaat er vanuit dat de angst de waarheid zegt of dat het klopt dat je een mislukking bent.

 

Jezelf negatief maken

Ik ben nu eenmaal niet handig, niet slim. Ik stel niet zoveel voor.

 

Overdrijven

Het zal nooit wat met mij worden. Dit gaat me nooit lukken. Mijn leven is vreselijk. Niemand wil mij. Je maakt zaken absoluut; altijd, niemand, nooit.

 

Gedachten lezen

Je gaat er vanuit dat je weet wat anderen over jou denken. Dat is meestal negatief. Een kennis loopt je voorbij en je denkt; ‘Hij wil me niet zien’. Jouw veronderstelling is dat mensen jou voortdurend in de gaten houden en je doen en laten beoordelen. Op die manier creëer je veel spanning bij jezelf. Je denkt dat anderen met jou bezig zijn maar eigenlijk ben jij in gedachten bezig met anderen, namelijk wat ze over jou zullen denken in negatieve zin. Het is een gevolg van jouw negatieve zelfbeeld; jij vindt jezelf niet interessant, niet mooi of niet succesvol, dan zullen anderen dat ook wel vinden.

 

Generaliseren

Op grond van een of meerdere ervaringen trek je een overmatige negatieve conclusie. Je weet niet wat je moet zeggen tijdens een date. Vervolgens denk je dat je toch geen relatie zult krijgen. Daardoor haak je heel snel af. Je gaat generaliseren als je termen gebruikt als: altijd, nooit, alles, iedereen, niemand etc, Je geeft jezelf geen kans om te oefenen en fouten te maken. Wellicht denk je dat het leven bij anderen vanzelf gaat, wat natuurlijk niet zo is.

 

Jezelf vergelijken

Je vergelijkt jezelf met mensen die iets kunnen, waar jij moeite mee hebt, bijvoorbeeld makkelijk kunnen praten, gezellig zijn, middelpunt van de aandacht zijn, vrolijk zijn etc. Vervolgens maak je jezelf af, omdat anderen iets goed kunnen, ben jij waardeloos. Je kunt jezelf ook vergelijken met mensen die mooi zijn en vervolgens concluderen dat jij lelijk bent en niemand je wil. Door op deze destructieve manier te denken geef je jezelf een naar gevoel. Iedereen vergelijkt zichzelf wel eens met anderen. Iemand die je bewondert kan ook een voorbeeld zijn. Het wordt destructief als je voortdurend bezig bent met negatieve vergelijkingen of jezelf vergelijkt met idealen die niet haalbaar zijn voor jou, bijvoorbeeld beïnvloed door beelden uit de media; de ideale man, vrouw, succesvolle zaken vrouw/man etc.

 

De toekomst voorspellen

Je gaat er bij voorbaat vanuit dat iets je niet zal lukken of dat iets niet goed zal gaan of dat je zal worden afgewezen.

 

Situaties persoonlijk maken

Een collega is boos. Je gaat er vanuit dat het aan jou ligt. Jouw leidinggevende kijkt zorgelijk. Je denkt dat je je werk niet goed hebt gedaan. Kritiek op je gedrag wordt in jouw ogen kritiek op jou als persoon en  daardoor voel je je totaal afgewezen.

 

Alles moeten

Ik moet me aanpassen anders mogen mensen me niet. Ik moet aardig zijn. Ik moet er goed uitzien. Ik moet succesvol zijn. Ik moet interessant zijn. Ik moet slank zijn. Ik moet adrem zijn. Bij moeten ga je meestal uit van een perfectionistisch beeld waar je aan moet voldoen. Dit moeten kan ook gericht zijn op een ideaal wereldbeeld; De wereld moet rechtvaardig zijn. Mensen moeten rekening met mij houden. Mensen moeten eerlijk zijn. De wereld moet veilig zijn. Mijn leven moet gaan zoals ik het wil. Deze zelfopgelegde eisen zijn vaak ontstaan in de kindertijd, waar opvoeders je verbaal of non-verbaal de indruk hebben gegeven dat je aan bepaalde voorwaardes moet voldoen. Het zijn in de meeste gevallen onhaalbare doelen. Het gevolg is dat je jezelf voortdurend teleurstelt of je schuldig voelt.  Daarnaast ga je voorbij aan wie je echt bent.

 

Denken dat je iets niet aankunt

Je gaat er vanuit dat er situaties zijn die je niet kunt verdragen, zoals kritiek, ruzie of en afwijzing. Je gaat vaak eerst een mogelijke ramp bedenken en vervolgens concludeer je dat je dit niet aankunt.

 

Zelfverwijt

Je zelf gebeurtenissen verwijten waar je geen invloed op hebt. Bijvoorbeeld in een zakelijk gesprek bereik je niet wat je wilde bereiken. Je twijfelt er geen seconde aan dat het in jou lag. Een buurtborrel was niet echt gezellig. Dat lag natuurlijk aan jouw aanwezigheid. Je wordt afgewezen voor een functie. Dat lag natuurlijk helemaal aan jou. Je geeft jezelf de schuld, wellicht straf je jezelf. Je hebt niet geleerd om vanuit een breder perspectief naar de omstandigheden te kijken.  Als iets wel goed gaat ben je tegelijkertijd geneigd om dit aan de omstandigheden toe te schrijven. Dat is de omgekeerde wereld.

 

Denkfouten inventariseren

Inventariseer welke denkfouten je maakt. Word je hier de komende weken steeds bewuster van. Eenmaal bewust kun je er voor kiezen deze denkfouten niet meer te maken. Zonder bewustzijn ben je nergens! Wanneer je inziet dat het denkfouten zijn, hoef je er geen waarde meer aan  te hechten. Wanneer je inziet dat angst vaak voortkomt uit een verkeerde manier van denken, kun je je angst loslaten en jezelf meer kansen geven om van het leven iets te maken.

 

Copyright: Marja Postema  Emotionele Intelligentie Academie

 

 

mm

Marja heeft twintig jaar ervaring in het begeleiden van mensen bij de ontwikkeling van hun Emotionele Intelligentie en is auteur van het boek 'Emoties wat moet ik ermee?' Marja heeft een methode ontwikkeld die zich richt op vier niveaus van leren: rationeel, emotioneel, fysiek en gedragsmatig. Dit leidt tot een diepgaande persoonlijke ontwikkeling met blijvend resultaat. Ze is getrouwd, heeft een volwassen dochter en woont en werkt in Amersfoort.

http://www.omgaanmetemoties.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *