You are here: Home » Artikelen over omgaan met emoties » Sociaal-emotionele ontwikkeling van je kind: wat kun je per leeftijdsfase verwachten?

Sociaal-emotionele ontwikkeling van je kind: wat kun je per leeftijdsfase verwachten?

Elke leeftijdsfase heeft zijn mogelijkheden, beperkingen en uitdagingen op sociaal en emotioneel gebied.

Waarom huilt je baby zodra je de kamer verlaat? Waarom test je peuter voortdurend grenzen, en waarom lijkt je tienerdochter de ene dag stabiel en de volgende dag overal emotioneel op te reageren? Het antwoord ligt in de sociaal-emotionele ontwikkeling: het proces waarin een kind leert zijn gevoelens te herkennen, te reguleren en zich staande te houden in relaties met anderen.

Sociaal-emotionele ontwikkeling is essentieel voor een positief zelfbeeld, voor het kunnen inleven in anderen, voor constructief omgaan met andere mensen en voor het reflecteren op eigen gedrag. Vaardigheden als assertiviteit, conflicthantering, relatievaardigheden en empathie bouwen hierop voort. In dit artikel neem ik je mee door de sociaal-emotionele ontwikkeling per leeftijdsfase: van baby tot adolescent. Je leest wat elke fase kenmerkt, welke uitdagingen erbij horen en hoe jij als ouder of opvoeder deze ontwikkeling kunt ondersteunen.

Ook interessant is Hoe ontwikkel je een positief zelfbeeld?

Wat is sociaal-emotionele ontwikkeling?  

Sociaal-emotionele ontwikkeling verwijst naar de manier waarop een kind leert omgaan met zijn eigen emoties en met de mensen om hem heen.

Ontwikkelingspsychologen zoals John Bowlby (hechtingstheorie) en Erik Erikson (fasenmodel van psychosociale ontwikkeling) hebben laten zien dat deze ontwikkeling niet toevallig verloopt, maar een vaste opbouw kent: elke fase bouwt voort op de vorige en legt de basis voor de volgende. Een kind dat in de babyfase een veilige hechting opbouwt, heeft daardoor bijvoorbeeld meer basisvertrouwen als peuter en kleuter. Juist omdat de fases op elkaar voortbouwen, is het waardevol om te weten wat je in elke levensfase van je kind kunt verwachten.

De babyfase: 0 tot 2 jaar  

Een pasgeborene beschikt over de vier primaire emoties: het kan huilen, schreeuwen en lachen om aan te geven hoe het zich voelt en wat het nodig heeft, zoals een schone luier, voeding, slaap of troost. Deze emoties worden vrijwel instinctief geuit.

De eerste, en misschien wel belangrijkste, ontwikkelingsopgave van een baby is het opbouwen van een veilige hechting, vooral met de moeder. Dat is logisch: een baby komt uit de moeder voort en ervaart in het begin nog geen onderscheid tussen zichzelf en haar. De kwaliteit van deze hechting is bepalend voor de verdere ontwikkeling. Een hechting die gepaard gaat met een gevoel van veiligheid, legt een stevige basis voor een gezonde emotionele, persoonlijke en sociale ontwikkeling. Een onveilige hechting maakt een baby juist kwetsbaarder als peuter en kleuter, en vermindert later zijn vermogen om initiatief te nemen en goed te functioneren in sociale situaties.

Omdat jonge kinderen hun ouders imiteren, wordt hun emotionele expressie sterk door hen beïnvloed. Al een eenjarige let nauwlettend op de emotionele reacties van zijn ouders en van anderen om hem heen.

Kenmerkend gedrag bij baby’s (0 tot 2 jaar)  

  • Lichamelijke ontwikkeling: zuigen, sabbelen op voorwerpen, grijpen, voedsel uitspugen, kruipen, vallen, dingen omgooien
  • Ritme en basisbehoeften: wennen aan een dag- en nachtritme, vaak wakker worden, huilen, voeding weigeren of juist volproppen
  • Hechting: sterke gehechtheid aan ouders, broertjes en zusjes, verlatingsangst, zich vastklampen aan een vertrouwd persoon
  • Sociale signalen: lachen, geluidjes herhalen, zich afwenden van onbekenden

De peuterfase: 2 tot 4 jaar  

In het tweede levensjaar krijgt een kind meer grip op zijn emotionele expressie, terwijl het rationele brein zich verder ontwikkelt. In het derde levensjaar, wanneer zelfbewustzijn en voorstellingsvermogen groeien, reageert een peuter emotioneel op succes en falen. Hij ervaart plezier en teleurstelling niet alleen bij een taak, maar ook over zichzelf.

Peuters kijken voortdurend naar het gezicht van hun ouders om te bepalen hoe ze een gebeurtenis moeten interpreteren. Valt een peuter bijvoorbeeld, dan kijkt hij naar de emotie op het gezicht van zijn ouder: reageert die alarmerend, dan gaat hij huilen; reageert die kalm, dan speelt hij vrolijk verder. Deze emotionele afstemming speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van gezonde sociale relaties en is een voorwaarde voor empathie en sociaal gedrag.

De groeiende autonomie van de peuter en de toenemende noodzaak van begrenzing stellen de opvoedingsrelatie voor nieuwe uitdagingen. Een peuter gaat af op zijn eigen doel, ook als dat ingaat tegen de wil van zijn ouders. Hij creëert afstand, zowel fysiek als psychologisch, en oefent zijn onafhankelijkheid terwijl hij zich tegelijk oriënteert op zijn hechtingsfiguur als veilige haven. Zo groeit zowel zijn zelfbesef als zijn besef van de ander.

Deze begrenzing leidt onvermijdelijk tot confrontaties. Verlopen die confrontaties tussen de expansieve peuter en de begrenzende opvoeder goed, dan groeit het kind uit tot een gesocialiseerde kleuter met zelfcontrole en zelfvertrouwen. Verlopen ze minder goed, dan is het kind vatbaarder voor een laag gevoel van eigenwaarde, een gebrekkige of juist overmatige zelfregulatie, en problemen met het omgaan met grenzen.

Het opvoedingsgedrag heeft grote invloed op de bewustwording, herkenning en regulatie van emoties. Door sensitief te reageren wanneer een peuter verdrietig of overstuur is, en door zijn emoties te helpen afnemen tot een draaglijk niveau, dragen ouders in belangrijke mate bij aan deze vaardigheden.

De drang naar autonomie botst dan ook regelmatig met de noodzaak van begrenzing: de peuter is ongehoorzaam, verzet zich of gedraagt zich opstandig. De meeste peuters groeien vanzelf uit deze fase. Overdreven controle door ouders kan begrenzingsproblemen juist in stand houden.

De kleuterfase: 4 tot 6 jaar  

In deze fase krijgen zowel het zelfbeeld als het beeld dat een kleuter van anderen heeft, verder vorm. Een kleuter heeft de neiging zichzelf te hoog in te schatten, waardoor zijn zelfbeeld weinig realistisch is. Hij denkt in alles-of-niets termen, afhankelijk van zijn gevoel op dat moment: “ik ben altijd gelukkig”, zegt hij, als hij op dat moment gelukkig is. Ook vindt hij het lastig te begrijpen dat hij twee verschillende gevoelens tegelijk kan ervaren.

De kleuter staat voor de uitdaging om relaties buiten het gezin aan te gaan en zijn wereld te verruimen. Relaties met leeftijdsgenootjes worden belangrijker en voegen iets nieuws toe aan zijn ontwikkeling; andere kinderen oefenen een grote aantrekkingskracht uit. Positieve interacties tonen zich in wederzijdse aandacht, bereidheid tot samenwerken, respect voor andermans eigendom en aanpassingsvermogen.

Daarnaast leert de kleuter zijn gedrag en gevoelens te reguleren, ondersteund door taal, zelfbeeld en voorstellingsvermogen. Vanuit een groeiend zelfbesef ontwikkelt hij nieuwe emoties zoals schaamte, schuld, verlegenheid en trots. Zijn begrip van emoties neemt toe, waardoor hij ze beter kan verwoorden en gepaster kan reageren op emotionele signalen van anderen. Geleidelijk ontwikkelt zich ook het vermogen om zich de innerlijke wereld van anderen voor te stellen: de basis van empathie.

Het opvoedingsgedrag heeft veel invloed op fase gebonden agressie. Agressie beteugelen door liefde te onthouden, macht te tonen en/of harde fysieke straffen te geven, leidt tot negatieve gevolgen die kunnen doorwerken tot in de adolescentie. Een korte time-out of het tijdelijk niet toestaan van privileges, zoals televisiekijken, werkt beter. Het meest effectief blijkt positieve disciplinering: op een consequente manier gewenst gedrag aanmoedigen in een warme, aangename sfeer en spaarzaam omgaan met straffen. Warm opvoedingsgedrag dat emotie-uiting aanmoedigt en sensitief, empathisch omgaat met de gevoelens van anderen, stimuleert het kind om zelf op eenzelfde empathische manier te reageren op pijn of verdriet bij anderen. Effectieve opvoeders wijzen de kleuter bovendien op het belang van vriendelijkheid, geven uitleg en grijpen in wanneer hij ongewenst reageert.

Agressief gedrag tegenover leeftijdsgenoten is een veelvoorkomende klacht, vooral bij jongens. Fase gebonden agressie is echter een normaal verschijnsel aan het begin van de kleuterperiode; het is niet nodig hier direct een onheilspellende betekenis aan toe te kennen, tenzij de agressie samenhangt met spanningen in de thuissituatie.

Kenmerkend gedrag bij kleuters (2 tot 6 jaar)  

  • Overgang van aanhankelijk naar zelfstandig gedrag; imiteren van ouders in spel
  • Koppigheid, alles zelf willen doen, driftbuien, grenzen testen
  • Angst bij onvermogen, magisch denken en rituelen
  • Groeiende frustratietolerantie, minder egocentrisch en socialer gedrag
  • Ruzie maken en rivaliseren met broertjes of zusjes

De basisschoolfase: 6 tot 12 jaar  

Tijdens de basisschoolfase worden kinderen steeds beter in staat om emotioneel gepast te reageren in sociale situaties en hun emotionele reacties te onderdrukken of te verbergen. Krijgt een kind op een verjaardag bijvoorbeeld een cadeau dat het niet leuk vindt, dan is een tienjarige beter in staat te glimlachen en toch “dank je” te zeggen dan een vijfjarige.

In deze fase verfijnt en verrijkt het zelfbeeld zich verder. Zowel de groeiende cognitieve vaardigheden van het kind als de feedback van anderen dragen hieraan bij. De uitdaging ligt nu vooral in het aangaan van sociale relaties: de leeftijdsgroep wint sterk aan belang. Delen, elkaar helpen en ander sociaal gedrag nemen toe, terwijl fysieke agressie afneemt; verbale en relationele agressie blijven binnen de groep wel aanwezig.

Het verlangen om ergens bij te horen wordt sterker. Spontaan vormen zich groepen van gelijkgestemden met eigen waarden, normen, leiders en volgers. In zulke groepen ontwikkelt het kind sociale vaardigheden als samenwerken, leidinggeven, meebewegen en loyaliteit aan een gezamenlijk doel. Lidmaatschap van een formele groep, zoals scouting of een sportclub, kan hierbij ondersteunen. Acceptatie door leeftijdsgenoten bepaalt in belangrijke mate de gedrags- en emotionele ontwikkeling: een kind dat wordt afgewezen, om welke reden dan ook, loopt een serieus ontwikkelingsrisico. Eenmaal buitengesloten gaat het kind leeftijdsgenoten mijden en raakt het steeds verder geïsoleerd, waardoor het minder kansen krijgt om sociaal competent gedrag te leren.

Het kind leert nu ook dat mensen verschillende perspectieven kunnen hebben, simpelweg omdat ze toegang hebben tot andere informatie. Het leert zich in te leven in een ander en te reflecteren op hoe die ander zijn eigen gedachten, gevoelens en gedrag beleeft. Ervaringen waarin volwassenen en leeftijdsgenoten hun standpunt toelichten, dragen sterk bij aan deze sociale perspectiefneming en verminderen egocentrisme.

Ook leert het kind conflicten oplossen en compromissen sluiten. De empathie wordt verfijnder en het kind erkent dat iemand meerdere emoties tegelijk kan ervaren, en dat mensen niet altijd hun ware gevoelens tonen.

Vriendschappen dragen bij aan de ontwikkeling van vertrouwen en sensitiviteit, en worden in de loop van de basisschooltijd selectiever en stabieler. Binnen vriendschappen leren kinderen kritiek verdragen en ruzies oplossen. De aard van deze vriendschappen is bepalend: kinderen die vriendelijkheid en medeleven meebrengen, versterken elkaars sociale gedrag en bouwen een langduriger band op. Bij agressieve kinderen werken sociale problemen juist door in hun vriendschapsbanden.

Trots en schuld worden nu los van ouders en opvoeders ervaren. Een gevoel van trots volgt op een nieuwe prestatie, een gevoel van schuld op een overtreding, ook zonder dat er een volwassene bij is. Trots motiveert om nieuwe uitdagingen aan te gaan, schuld zet aan om iets aan een situatie te veranderen. Ongevoelige opmerkingen van volwassenen kunnen intense schaamte oproepen. Tegelijk groeit het emotiebegrip: kinderen leren steeds meer verschillende emoties van elkaar onderscheiden.

Rond het achtste levensjaar begrijpen kinderen dat het mogelijk is om meerdere emoties tegelijk te ervaren, dat emoties voortkomen uit een specifieke situatie, en dat dezelfde ervaring bij verschillende personen andere emoties kan losmaken. Emoties en gedrag worden meer intern gereguleerd, vanuit reflectie. Door interactie met ouders, leerkrachten en leeftijdsgenoten leren kinderen hoe ze negatieve emoties op een aanvaardbare manier kunnen uiten. Huilen en agressief gedrag maken geleidelijk plaats voor verbale uitingen, en kinderen houden meer rekening met de gevoelens van anderen.

Angst voor duisternis, onweer en vreemde wezens blijft in deze fase aanwezig. Door de toegenomen kennis van de werkelijkheid ontstaan ook nieuwe angsten, zoals angst voor lichamelijk letsel, oorlog of rampen. Zolang deze angsten niet te intens zijn, kunnen de meeste kinderen er goed mee omgaan doordat ze hun emoties kunnen reguleren. Ernstige kinderangsten ontstaan vaak vanuit moeilijke leefomstandigheden, bijvoorbeeld ervaringen met oorlog of ander trauma.

Kenmerkend gedrag bij basisschoolkinderen (6 tot 12 jaar)  

  • Aanpassing aan leeftijdsgenoten en aan een grotere sociale omgeving
  • Sociaal invoelingsvermogen, spelinitiatieven nemen, vriendschappen sluiten
  • Functioneren in groepen, rivaliseren, soms sociale angst of terugtrekken
  • Leren presteren op school: concentratie en discipline opbouwen
  • Interesses en eigen normen en waarden ontwikkelen; minder aanhankelijk gedrag

De adolescentiefase: 12 tot 18 jaar  

Tijdens het opgroeien draagt een jongere de uitkomsten van de voorgaande fasen met zich mee; deze beïnvloeden mede de richting die hij verder inslaat. In de preadolescentie krijgt hij te maken met ontwikkelingstaken als individuatie, identiteit en seksualiteit. Tussen dertien en zeventien jaar wordt hij onafhankelijker van het gezin en vormt hij intieme relaties. In de late adolescentie volgen keuzes rond doel en zin van het leven, en bouwt hij langdurige affectieve relaties op.

Tijdens de adolescentie zijn emoties extremer en vluchtiger, waardoor jongeren erg humeurig kunnen overkomen. Tegelijk zijn adolescenten, dankzij hun cognitieve ontwikkeling, zich beter bewust van de sociale impact van hun emotionele uitingen. Ze kunnen gevoelens onderdrukken wanneer die een relatie zouden kunnen schaden, of juist communiceren wanneer ze de verbinding met anderen willen versterken. Het zelfbeeld wordt consistenter en het zelfvertrouwen neemt toe.

Er vormt zich een persoonlijke identiteit. De groep leeftijdsgenoten wordt nog belangrijker, evenals het streven naar autonomie: de jongere wil meer op zichzelf en minder op zijn ouders steunen bij het nemen van beslissingen. Toch blijft de ouder-kindrelatie belangrijk voor zijn ontwikkeling tot een autonoom, verantwoordelijk individu. Adolescenten oefenen hun mening door volwassenen te betrekken in discussies, terwijl ze vaak kritisch zijn en op zoek gaan naar tegenstrijdigheden tussen wat volwassenen zeggen en doen. Ouders die dit persoonlijk opvatten, kunnen het opvoeden van een adolescent als bijzonder frustrerend ervaren.

De tienerjaren kenmerken zich door verhoogde emotionaliteit en impulsiviteit. Gedachten van jongeren lijken met grote sprongen tot conclusies te komen, waarbij ze extreme opvattingen uiten die ouders kunnen schokken of ongerust maken. Jongeren neigen soms naar overdrijving en drama, waardoor ze op volwassenen overkomen als sterk op zichzelf gericht, terwijl dit vooral hoort bij deze ontwikkelingsfase.

Sociaal-emotionele ontwikkeling ondersteunen: waar begin je? 

Elke fase brengt eigen uitdagingen met zich mee, maar het patroon is telkens hetzelfde: een kind dat zich veilig gehecht voelt en waarvan de emoties serieus worden genomen, ontwikkelt geleidelijk meer zelfregulatie, empathie en sociale vaardigheid. Loopt de ontwikkeling in een bepaalde fase stroever, dan is dat zelden onomkeerbaar; met de juiste begeleiding kan een kind, en later een volwassene, alsnog groeien in emotioneel en sociaal opzicht.

Ook interessant:

Levensfases, de groei van jouw persoonlijkheid

De overgangen in je levensloop

Herken je bij jezelf dat je emotioneel of sociaal niet helemaal tot je recht komt?

Wil je makkelijker kunnen omgaan met anderen en je beter emotioneel kunnen verbinden?

xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx

De auteur Marja Postema

Ik begeleid al meer dan 30 jaar mensen die vastlopen in hun emoties, relaties of leven. Ik combineer emotionele intelligentie, relatiecoaching en traumabewust werken, met de invloed van de kindertijd en vroegkinderlijk trauma als centrale thema’s.

Ik bent oprichter van de Emotionele Intelligentie Academie en auteur van Emoties, wat moet ik ermee? (2013) en ABC van 15 emoties (2017). Ik werk zowel voor particulieren, professionals als organisaties, vanuit mijn praktijk in Amersfoort. 

Een belangrijk uitgangspunt in mijn werk is de holistische visie dat lichaam, denken, voelen en gedrag onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. 

Klanten omschrijven mij als warm en hartelijk, iemand die met respect snel tot de kern doordringt.

xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx

Ik Marja Postema  nodig je uit voor een gratis, vrijblijvend kennismakingsgesprek. Samen kijken we waar je tegenaan loopt, wat je wilt veranderen en of mijn aanpak bij je past.

Ik help je graag d.m.v. individuele coaching of de opleiding Emotioneel Meesterschap of de Masterclass

Neem vrijblijvend contact op via het contactformulier dan gaan we kijken wat voor jou de beste aanpak is.

De opleiding Emotioneel Meesterschap

De opleiding Emotioneel Meesterschap is een diepgaande ontdekkingsreis naar de kern van je patronen, gebaseerd op de nieuwste inzichten in emotionele gezondheid, biografisch werken, innerlijk kind werk en traumawerk. Met maximaal zes deelnemers, in een veilige leeromgeving in Amersfoort. Ook online coaching is mogelijk.

Mijn aanpak, voortgekomen uit 30 jaar ervaring, opleiding en persoonlijke proces, is bewezen effectief en helend, omdat de bron van ineffectief gedrag bloot gelegd wordt en belemmeringen oplost die, het vrijuit ervaren van emoties en de autonomie, blokkeren.

De opleiding is geaccrediteerd door verschillende beroepsverenigingen.

Meld je aan voor een gratis en vrijblijvend kennismakingsgesprek via het contactformulier

Of overweeg de Masterclass Loskomen van vroegkinderlijk trauma 

Veel mensen dragen de gevolgen van nare ervaringen uit hun vroege jeugd  met zich mee, vaak zonder het zich bewust te zijn.

Trauma ontstaat niet alleen door ingrijpende gebeurtenissen, maar ook door wat er ontbrak: liefde, veiligheid, erkenning of emotionele aandacht.

Veel patronen in ons volwassen leven hebben hun oorsprong in de eerste jaren van ons bestaan.

De symptomen zijn geen zwakheden, maar begrijpelijke en gezonde overlevingsreacties op ervaringen uit de kindertijd waarin veiligheid, aandacht of emotionele steun ontbrak.

Tijdens deze vierdaagse masterclass onderzoeken we hoe vroegkinderlijke ervaringen je huidige leven hebben beïnvloed.

Je krijgt inzicht in traumareacties en leert hoe je meer innerlijke veiligheid, rust en regie kunt ontwikkelen.

Neem vrijblijvend contact op via het contactformulier dan gaan we kijken wat voor jou de beste aanpak is.

Coaching en de opleiding vinden plaats in Amersfoort.

Coaching is ook online mogelijk.

INTERESSANT ARTIKEL? Wil je het delen met je netwerk?

Marja werkt meer dan dertig jaar vanuit haar psychologie praktijk, met volwassenen die zich persoonlijk en/of professioneel emotioneel willen ontwikkeling. Zij is auteur van het boek 'Emoties wat moet ik ermee?' en 'ABC van 15 emoties'. Je kunt o.a. bij haar terecht met relatieproblemen, burn-out, problemen in het omgaan met emoties en vroegkinderlijk trauma.

https://www.omgaanmetemoties.nl