U bent hier: Home » Artikelen over vreugde en geluk » Meer vreugde in je leven

Meer vreugde in je leven

Vreugde

De mens is een lust zoekend wezen

We willen ons het liefst altijd fijn voelen. Zo kunnen we ons, via onze zintuigen, overgeven aan de geneugten des levens. Echter zintuiglijke momenten van geluk zijn vaak kortstondig. Ze geven plezier en vreugde, maar ze zeggen niets over je algemene geluksgevoel. Het algemene geluksgevoel zegt iets over de mate van tevredenheid over je leven. Sommige mensen lijken van oorsprong meer tevreden dan anderen. Voor een deel is onze persoonlijkheid genetisch bepaald en voor een deel zijn we gevormd door opvoeding, cultuur, gezondheid en levenservaringen. Zo kunnen nare ervaringen of een chronische ziekte een stempel op iemands gemoed drukken.

Mensen met een optimistische levensinstelling hebben meer kans gelukkig te zijn, dan mensen met een pessimistische instelling.

Voor de een is het glas half vol en voor de ander half leeg. Door een optimistische houding, zie je moeilijkheden als situaties die opgelost kunnen worden en die dus van voorbijgaande aard zijn. Dat maakt het leven wat makkelijker. Problemen lijken minder problematisch. Terwijl pessimistische mensen eerder denken, dat ze geen invloed hebben op hun problemen en dat er altijd moeilijkheden zullen zijn.

Vreugde en geluk geven je een fijn gevoel.

Het kan een kortstondig moment zijn, waarin je bijvoorbeeld moet lachen om iets grappigs, of een langdurig innerlijk gevoel van tevredenheid vanwege je baan, vrienden of woonplek. We hebben naast de verschillen in het ervaren van vreugde (de een houdt van klassieke muziek en de ander van soulmuziek) ook overeenkomsten.

De overeenkomsten in vreugde hebben te maken met onze universele behoeften.

In de jaren ‘50 bestudeerde de Amerikaanse psycholoog Abraham Maslow volwassen mensen met een afgeronde opleiding die succes hadden en in al hun behoeften hadden voorzien. Hij constateerde dat de vervulling van onze behoeften een belangrijke voorwaarde is voor geluk en dat er een natuurlijke ontwikkelingsweg is via verschillende behoeften.

De meest basale behoefte is die aan water en voedsel. Zodra we in deze primaire behoefte zijn voorzien, gaan we ons bezighouden met de behoefte aan beschutting, veiligheid en kleding. Wanneer deze behoeften in redelijke mate zijn voorzien, richten we ons op de sociale behoeften. Dat kan het hebben van een gezin zijn, maar ook het deel uitmaken van een vriendenclub.

Vervolgens richten we ons op het vormgeven van onze kwaliteiten, het bereiken van een status en waardering. Hier zijn we bezig onszelf te bewijzen en willen we invloed. De laatste behoefte gaat volgens Maslow over zelfverwerkelijking. Hier speelt de behoefte aan een zinvol leven, zodat ons leven waarde heeft en we een bijdrage kunnen leveren aan de samenleving. Voor de meeste West-Europese mensen is de vervulling van de basisbehoeften vanzelfsprekend, maar dit geldt niet voor iedereen op aarde. Eveneens is het voor veel mensen in het Westen normaal, dat je een opleiding kunt volgen en carrière kunt maken. Zo kan geluk voor de een betekenen, dat er elke dag voldoende eten is en voor de ander dat hij een bepaalde opleiding heeft voltooid. Maar het kan ook gebeuren dat je na een mooie carrière wordt ontslagen en je huis moet verkopen om te kunnen rondkomen.

Het gevoel van vreugde kan als een kompas werken in de keuzes die je maakt, want het geeft aan waarvan je gelukkig wordt, waarvan je houdt en wat je voldoening geeft.

Op die manier geeft vreugde richting aan je leven. Voor ieder mens is het verschillend: waar de een blij van wordt, hoeft een ander helemaal niet blij te maken. Veel mensen worden blij wanneer ze in de zon op het strand liggen, anderen vinden dat een gruwel. Zoveel mensen zoveel wensen. Een vreugdevolle activiteit kan tot een hobby leiden. Soms wordt een hobby een onderneming en dan is het de kunst om er plezier aan te blijven beleven.

Vreugde heeft ook een sociale functie

Want het is een bindmiddel om op een prettige manier met elkaar om te gaan. Vooral in situaties waarin we niet vrijwillig voor elkaar kiezen, zoals op het werk, helpt het als er mensen zijn die een plezierige sfeer creëren. In een plezierige sfeer is er meestal meer bereidheid om te luisteren of om mee te gaan in een voorstel.

Plezier werkt relativerend. Wanneer iemand in een spanningsvolle situatie een grapje maakt, kan dat het ijs doen breken. Bij moeilijkheden ben je geneigd zwaarmoedig en problematisch te denken. Humor relativeert en geeft lucht. In deze lichte sfeer kun je makkelijker het problematische loslaten en je de betrekkelijkheid van de situatie ervaren. Je bent daardoor in staat te denken: ‘Waar hebben we het eigenlijk over?’ Dat geeft weer ruimte om de zaak vanuit een ander perspectief te bekijken. Door humor kunnen er zaken worden gezegd die moeilijk liggen, maar hier ligt een gevaarlijke grens. Niet alle gevoelige zaken kun je met humor betreden. Iemand kan zich door humor gekwetst voelen of niet serieus genomen. Er is een bepaalde sensitiviteit nodig om goed te kunnen inschatten wanneer je een grapje over iets kunt maken. Dit geldt eveneens voor zaken die moeilijk bespreekbaar zijn.

Er was weinig ruimte voor humor in mijn ouderlijk gezin. Moeilijke onderwerpen werden liever gemeden. Het toeval wil dat mijn broer en ik beiden een partner kregen die veel humor gebruiken. Zij hadden er geen idee van dat bepaalde onderwerpen niet werden besproken of zelfs taboe waren. Dat leverde regelmatig grappige situaties op, waarbij mijn broer en ik gniffelend zagen hoe onze ouders werden verrast door luchtige confrontaties.

 

Veel mensen kennen de ervaring dat ze moeten huilen van vreugde,

bijvoorbeeld wanneer ze een geliefd persoon na een lange tijd weer terugzien. De vreugde vermengt zich met het verdriet van het gemis. Ook in situaties waarin de vreugde zich mengt met ontroering kunnen we huilen van vreugde, zoals bij de geboorte van een kind of een emotionele toespraak. Topsporters zie je ook regelmatig huilen als ze een medaille ontvangen. Huilen heeft de functie om te helpen bij het loslaten van spanning. Topsporters bouwen gedurende lange tijd spanning op om een topprestatie te kunnen leveren. Wanneer die bereikt is, lijkt er een spanning van hen af te vallen.

Copyright: Marja Postema www.omgaanmetemoties.nl

mm

Marja heeft twintig jaar ervaring in het begeleiden van mensen bij de ontwikkeling van hun Emotionele Intelligentie en is auteur van het boek 'Emoties wat moet ik ermee?' Marja heeft een methode ontwikkeld die zich richt op vier niveaus van leren: rationeel, emotioneel, fysiek en gedragsmatig. Dit leidt tot een diepgaande persoonlijke ontwikkeling met blijvend resultaat. Ze is getrouwd, heeft een volwassen dochter en woont en werkt in Amersfoort.

https://www.omgaanmetemoties.nl