U bent hier: Home » In de beste families » De invloed van jouw plaats in de kinderrij op je huidige relaties

De invloed van jouw plaats in de kinderrij op je huidige relaties

Wat was jouw plaats in het gezin van herkomst?

Hoe je nog steeds vast zit aan jouw plaats in de kinderrij 
Hoe je jouw plaats in het gezin van herkomst hebt beleefd is afhankelijk van hoeveel kinderen er waren, hoeveel zij in leeftijd verschillen en het hoeveelste kind jij was. Deze specifieke plaats heeft invloed op jouw ontwikkeling en op het beeld dat je uiteindelijk over jezelf hebt gemaakt.  Wat hierin meespeelt zijn gevoelens van meer- of minderwaardig zijn ten opzichte van broertjes en/of zusjes, want je kunt meer dan de jongere en minder dan de oudere. Jouw positie in het gezin is net als de sekse een gegeven waar je niet onderuit kan. Als je opgroeit met broertjes en/of zusjes dan ben je hiermee vertrouwd  geraakt. Zo niet dan kan er een vertekend beeld ontstaan over de andere sekse. Door die combinatie van sekseverschillen en overwichtsverschillen ontstaan voor ieder kind bepaalde karakteristieke eigenschappen, kwaliteiten en valkuilen.
Bijvoorbeeld: een oudste jongen van alleen maar zusjes, kan het idee krijgen dat mannen overwicht hebben over vrouwen. Een oudste meisje met alleen broertjes kan het idee krijgen dat vrouwen wijzer zijn dan mannen. Wie als meisje een oudere broer heeft kan met het idee vertrouwd raken dat jongens je altijd kunnen helpen. Jongens met een oudere zus kunnen leren dat vrouwen wezens zijn om op te steunen.

Alfred Adler een Oostenrijkse psycholoog en psychiater, een tijdgenoot van Freud (1870 – 1937) Hij ontwikkelde het begrip minderwaardigheidscomplex, inhoudend sterke gevoelens van minderwaardigheid en onzekerheid voortkomend uit reële of ingebeelde tekorten, veelal stammend uit de vroege jeugd. Het uitgangspunt was de letterlijk mindere positie die een kind inneemt ten opzichte van de volwassenen om hem heen. Maar ook ten opzichte van broertjes en zusjes kan hij meer dan de jongere en minder dan de oudere kinderen.

Enig kind

We hebben de neiging enig kinderen zielig te vinden of verwend, eenzaam, egoïstisch en moeilijk in de omgang. Uit onderzoek komt nar voren dat ze een grote bereidheid hebben om met anderen samen te werken en ze blijken over het algemeen soepel in de omgang met leeftijdgenoten. Allemaal eigenschappen die naar voren komen als je je niet bedreigd voelt. Anderzijds worden enig kinderen minder geconfronteerd met hun gedrag en uitgedaagd om voor zichzelf op te komen.

Uit onderzoek is ook naar voren gekomen dat enig kinderen in iedere fase van hun ontwikkeling wat ouwelijker zijn dan andere kinderen van dezelfde leeftijd. Zij hoeven dan wel niet te wedijveren met broertjes en zusjes, maar zij hebben wel te maken met ouders die heel erg veel meer kunnen en weten dan zij zelf. Enig kinderen zijn dan ook nogal ijverig. Ze schijnen niet snel last te hebben van jaloezie maar wel van eenzaamheid.

Het leven met alleen twee volwassenen maakt dat een enig kind zich afhankelijk voelt en daarom zijn best doet hen te vriend te houden. In het algemeen hebben ze geen moeite met autoriteit.

Oudste kind

Iedere oudste is een tijdje enig kind. Hij ontwikkelt in die periode een sterke gerichtheid op vader en moeder en is daardoor ontvankelijk voor hun overwicht en aanwijzingen. Maar dan komt de tweede en de oudste voelt zich ‘onttroond’. Hij kan bang worden dat zijn ouders hem niet meer lief vinden en worstelt met zijn jaloezie en woede over de aandacht die de ouders hebben voor het tweede kind. Daardoor kan hij zichzelf dwingen om te doen wat er van hem gevraagd wordt en de waarden en normen van de ouders uitleven.

Oudste kinderen kunnen de neiging hebben  om van alles te doen om aardig gevonden te worden. Hiermee zoekt hij de geruststelling dat hij niet heeft afgedaan. Dit kan zich later uiten in overmatige verantwoordelijkheid. Van alle kinderrij kinderen is de oudste de enige die deze angst en boosheid meemaakt. Het kan zijn gevoel van basisveiligheid ondermijnen.

Het beeld dat de oudste over zichzelf ontwikkeld wordt ook bepaald door het feit dat hij altijd veel dingen beter kan dan zijn broertjes en zusjes. Daar hoeft hij geen speciale moeite voor te doen. Hij kan eerder fietsen, eerder lezen en schrijven. Oudste kinderen worden vaak iemand met overwicht.

Tweede kind

Voor het tweede kind is het vanzelfsprekend dat er nog een kind in het gezin is. Een volgende kind betekent voor een tweede dan ook geen gevaar. Een tweede kind is meestal meegaander , argelozer en zorgelozer dan de eerste. Over het algemeen zijn de ouders ook zorgelozer bij een tweede. Het tweede kind moet zich wel verhouden met de oudste die meer kan dan hijzelf. De oudste zit hem op de kop, mag ook allerlei dingen die hij nog niet kan. Dit kan leiden tot een voortdurende rivaliteit maar ook tot het bedenken van compromissen of het kiezen voor een eigen weg. Wie niet sterk is moet slim zijn. De rol van de ouders is ook hier weer van invloed. Wie wordt beloont, wie wordt gestraft.

Middelste kind

Wordt er een derde kind geboren dan wordt de tweede opeens middelste. Het leeftijdsverschil is hier belangrijk. Volgt de derde snel op de tweede dan wordt hij als het ware een ‘sandwich’ kind; ingeklemd tussen de eerste en de tweede. In gunstige zin kan hij leren een houding te vinden tegenover de eerste die hem de baas is en tegenover de derde die zijn hulp kan gebruiken. In ongunstige zin kan hij zich verloren voelen. Hij kent niet de privileges van de oudste en noch de verwenning van de jongste. Soms speelt de sekse van de kinderen mee. Een meisje tussen twee jongens of een jongen tussen twee meisjes maakt een fundamenteel onderscheid. Het hoeft daardoor geen extra moeite te doen om op te vallen. Maar de middelste van drie meisjes of drie jongen kan kampen met het gevoel niets bijzonders te zijn. Middelste kinderen die ongeveer twee jaar scheelden met het oudere en het jongere broertje of zusje blijken het minste gevoel van eigenwaarde  en identiteit te hebben.

De jongste van meer dan twee kinderen

Jongste kinderen lijken problemen vaak in hun eentje op te lossen. Hij kan zich een buitenstaander voelen. Er lijkt weinig vertrouwen te zijn in de steun van anderen. Wanneer de oudere kinderen wel rekening houden met zijn behoefte, kan hij zich gesteund voelen in het leven. Maar er zijn ook jongste kinderen die zich speelpop voelen van de familie. Ze worden wel vertroeteld en betutteld maar op manieren en momenten die voor de broers en zussen prettig is.  Ze lijken niet uit te gaan van wat dit kind werkelijk bezig houdt of waar hij werkelijk behoefte aan heeft. Vooral nakomertjes kunnen daar last van hebben. De jongste kinderen kunnen ook een hulploosheid ontwikkelen omdat ze in plaats van bevestiging te horen hebben gekregen dat ze het niet kunnen; ‘laat mij het maar doen’.

 Tweelingen

Tweelingen zijn vanaf de tijd in de baarmoeder samen. Ze hebben altijd elkaar als ze alleen worden gelaten door de moeder en hebben een grote lichamelijke intimiteit met elkaar. Bekend zijn de eigen taaltjes die tweelingpeuters met elkaar ontwikkelen en tot rond het vijfde jaar volhouden.

Bij de ontwikkeling van hun persoonlijkheid zijn ze feilloos op elkaar afgestemd, bijvoorbeeld de een is actief en de ander passief.

De neiging van ouders om tweelingen identiek te behandelen en te kleden is groot. Dit kan leiden tot identiteitsverwarring. Later kan de drang zich te onderscheiden van de ander in conflict zijn met de behoefte om een te zijn met de ander. Het is aan de ouders om ze zoveel mogelijk als unieke kinderen te laten opgroeien en de verschillen te bevestigen.

 De rol van de ouders

De rol van de ouders is voortdurend van invloed. Zijn ze gelukkig met elkaar, raken ze elkaar aan, wordt er gelachen. Wie is de baas en hoe gaan ze om met onenigheid? Alles wat je als kind leert over relaties begint hier. Hoe reageren de ouders op de jaloezie van de eerste als de tweede geboren wordt? Hoe wordt de aandacht verdeeld als er meerdere kinderen zijn? Ouders zijn geneigd de oudste kinderen aan te moedigen tot zelfstandig  optreden en een voorbeeld te zijn voor de jongere kinderen. Ze gaan er van uit dat de oudsten zich wel redden en de jongsten niet. Maar het zou ook kunnen zijn dat ze zich het gemakkelijkst verhouden tot het kind dat dezelfde plaats in de kinderrij inneemt als zijzelf vroeger thuis hadden.

Het maakt ook uit als ouders hun kinderen uitleggen hoe je met onenigheid en ruzie het beste kunt omgaan. Dat ze leren om naar elkaar te luisteren en elkaars behoeftes te respecteren.

Maar ouders kunnen soms ook bepaalde kinderen voortrekken of meer aandacht geven. De andere kinderen krijgen daardoor het idee dat je moet vechten of je best moet doen voor aandacht en erkenning.

Uitgebreide artikelen:

Wat betekent het om het tweede en middelste kind te zijn?

Wat betekent het om het oudste kind te zijn?

mm

Marja heeft twintig jaar ervaring in het begeleiden van mensen bij de ontwikkeling van hun Emotionele Intelligentie en is auteur van het boek 'Emoties wat moet ik ermee?' Marja heeft een methode ontwikkeld die zich richt op vier niveaus van leren: rationeel, emotioneel, fysiek en gedragsmatig. Dit leidt tot een diepgaande persoonlijke ontwikkeling met blijvend resultaat. Ze is getrouwd, heeft een volwassen dochter en woont en werkt in Amersfoort.

https://www.omgaanmetemoties.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *