You are here: Home » Stress en trauma » Transgenerationeel trauma

Transgenerationeel trauma

 

 

 

 

 

 

Transgenerationeel trauma is het fenomeen waarbij de stress en pijn van traumatische ervaringen generatie op generatie wordt doorgegeven

Tweede generatie slachtoffers zijn kinderen geboren uit een of beide ouders die ernstige tot zeer ernstige ervaringen hebben doorgemaakt. Dat kunnen oorlogservaringen zijn maar ook ervaringen met seksueel misbruik, geweld en verwaarlozing tijdens de kindertijd.

Door inzicht te krijgen in de symptomen van de eerste generatie, dus van de ouders, krijg je een beeld van de omstandigheden waarin kinderen zijn opgegroeid en welke mogelijke psychische problemen hieruit voort hebben kunnen komen.

Trauma symptomen van de eerste generatie

  1. Angsten

Angst die getriggerd worden door situaties in het nu die een angstige herinnering  oproepen en daarmee een traumatische herbeleving veroorzaken kan zich vervormen in angst voor de toekomst, bijvoorbeeld voor een volgende wereldoorlog. Elke vorm van spanning kan overgaan in angst en vervolgens in paniek zonder duidelijke oorzaak. Angst kan zich psychosomatisch uiten zoals chronische fysieke pijn, hyperventilatie of vermoeidheid.

  1. Slaapstoornis

Een slaapstoornis kan betekenen dat iemand niet kan inslapen, moeite heeft om door te slapen waardoor hij of zij chronisch te weinig slaapt of het kan zich juist uiten in te veel slapen. Het niet kunnen of durven slapen kan veroorzaakt worden door de angst voor nachtmerries of het herbeleven van bepaalde traumatische situaties. Wanneer een ouder nachtmerries heeft kunnen de kinderen wakker worden door een schreeuwende ouder die in paniek wakker wordt.

  1. Geringe frustratietolerantie

Door een gebrek aan frustratietolerantie, vanwege chronische stress, kan een ouder moeite hebben om zijn woede te beheersen. Zodra iets tegenzit wordt men woedend omdat men door een over geactiveerd zenuwstelsel geen enkele extra stress kan verdragen. Dat kan voor de kinderen totaal onverwachts zijn, waardoor ze zich angstig en onveilig voelen.

  1. Survival-guilt

‘Survival-guilt’ is het verschijnsel dat mensen die tot de overlevenden behoren, lijden onder het gevoel: „Waarom ben ik er wel doorgekomen en andere familieleden of vrienden niet. De survival-guilt kan zich op verschillende manieren uiten:

Een “Elite” gevoel

“Ik hoor tot de elite die gered is, ik ben iets bijzonders”. Dat geeft voeding aan bepaalde kinderlijke grootheidsfantasieën, die zich op vele wijzen kunnen uiten. Een veel voorkomend mechanisme is: „Ik ben heel bijzonder, ik moet dus iets bijzonders presteren”. Door hun prestaties, vaak op hoog niveau, krijgen zij het bewijs gelijk te hebben iets bijzonders te zijn. Ze zijn meestal niet in staat zich echt te ontspannen met als voordeel dat allerlei gevoelens die dreigen bewust te worden, bijvoorbeeld depressieve gevoelens, schuldgevoelens, niet beleefd worden.

 Passiviteit

Door de gedachte: “Ik heb genoeg narigheid in mijn leven gehad, ik hoef niets meer te doen. Ik doe alleen waar ik zin in heb, ik trek me van anderen die niets hebben meegemaakt, niets aan”. Het is een vorm van minachting naar anderen.

Wantrouwen 

Wantrouwen ontstaat vanuit de gedachte dat niemand zal begrijpen wat de ouder heeft meegemaakt. Deze instelling kan zich uiten in het gevoel dat alle autoriteiten vijand zijn. Ook de medicus, die wil helpen, is dan de vijand. Helaas wordt deze houding soms ongewild versterkt door het onvermogen van de arts om zijn patiënt te begrijpen. Deze wantrouwige instelling kan gepaard gaan met het isoleren van zichzelf. Men wil bijvoorbeeld alleen contact hebben met mensen die hetzelfde hebben meegemaakt.

 Zelfhaat

Zelfhaat kan voortkomen uit schuldgevoelens. De zelfhaat bij joden heeft vaak de inhoud van: ‘Ik wil geen jood meer zijn’. Jood zijn betekent dan voor hen: vervolgd worden, paria zijn, in een slechte sociale situatie zitten, gevaar lopen opnieuw vervolgd te worden. Men gaat dan bijvoorbeeld over tot een ander geloof in de hoop zijn of haar afkomst te kunnen verloochenen bij de volgende catastrofe. Men voedt zijn kinderen zodanig op, dat zij niet of nauwelijks weten dat zij joodse ouders hebben.

 Traumasymptomen bij de tweede generatie

Ongemerkt sijpelt het leed van de ouders door in de kinderen. Ze leren alert te zijn op gevaar, waardoor er geen ruimte is om op een veilige en ongedwongen manier een eigen identiteit te ontwikkelen. Kinderen van Holocaust-overlevenden hebben vaak angsten die veel gelijkenis vertonen met de daadwerkelijk beleefde angsten van de overlevenden. De angsten hebben niet zoveel te maken met de realiteit waarin de kinderen zelf opgroeien. Behoefte aan controle, schrikachtigheid, angsten die niet passen bij levenservaringen.

  1. Stoornissen in de agressieregulatie

Het abnormale psychische, emotionele klimaat waarin de kinderen worden opgevoed, kan aanleiding geven tot allerlei vormen van emotionele scheefgroei, vooral op het gebied van agressieregulatie. Dat kan samenhangen met een besluit: „Mijn ouders hebben zo veel ellende doorgemaakt; Ik mag niet tegen ze in opstand komen, niet kwaad op ze zijn. Ik moet extra lief voor ze zijn’. Door het onderdrukken van normale boosheid kunnen zij een grotere kans hebben op het ontwikkelen van dwangneurotische verschijnselen.

Een stoornis bij mensen van de tweede generatie in de agressieregulatie kan leiden tot de volgende reacties:

 Ik zal wraak nemen op wat mijn ouders is aangedaan

Dit kan op het gebied van werk liggen, waarbij een vijandige instelling een werksfeer kan verknoeien. Maar ook op het gebied van het huwelijk kan men door deze houding de relatie bemoeilijken.

Ik zal extra lief zijn tegen iedereen

Dit heeft als voordeel dat niemand kwaad op mij zal zijn en niemand mij zal behandelen, zoals zij mijn ouders gedaan hebben. Iemand reageert met overdreven aardig, hartelijk en lief gedrag. Gevoelens van irritatie, boosheid, angst worden onderdrukt. Men is niet in staat om aan te geven wat hij/zij wil of niet wil. Er is geen ruimte voor een assertieve houding.

Ik veracht mijn ouders, omdat ze zich zo passief hebben gedragen

Voor een normaal mens in een normale situatie in een democratische maatschappij als de onze, is het onmogelijk te beseffen wat er werkelijk gebeurd is. De verhalen van ouders komen vanuit een andere wereld. Door de behoefte aan normale ouders en het ervaren van normale ouders bij vriendjes ontstaat er een gevoel van schaamte en afwijzing. Hierdoor ontstaan uitspraken als: “Ik schaam me voor hun passiviteit. Ik had het wel anders aangepakt”. „Ik ben geen kind van mijn ouders, ik hoor niet bij hen”.

Deze verachting aan het adres van de ouders kan worden overgedragen op iedereen die in een autoriteitspositie zit. Zo kunnen in de werksfeer autoriteitsconflicten onbewust geprovoceerd worden.

Ik veracht mezelf, omdat ik te weinig heb geprobeerd goed te maken wat de vijand aan mijn ouders heeft misdreven

Hierdoor kunnen sterke minderwaardigheidsgevoelens en een gevoeligheid voor depressie ontstaan. Het kind voelt zich vooral schuldig, omdat hij het beter heeft dan zijn ouders. De depressie, die in fasen kan optreden, ontstaat vaak door een gebrek aan frustratietolerantie.

Ik hoef niets meer te presteren, wij hebben het beroerd genoeg gehad 

Deze houding hebben ze vaak van hun ouders overgenomen. Men kan daardoor jarenlang allerlei medici aflopen omdat zij zichzelf arbeidsongeschikt verklaren of worden verslaafd. Ze kunnen een beroep doen op het medelijden van anderen en sociale solidariteitsgevoelens bij de ander uitbuiten.

  1. Stoornissen in het hechtgedrag 

Zodra zij zich aan een partner hechten, kunnen zij hun stoornis in de agressieregulatie op hun liefdespartner botvieren. Deze krijgt dan bijvoorbeeld steeds te horen, dat hij of zij zoveel fouten maakt. De partner wordt frequent in staat van beschuldiging gesteld.

Verder kan de verachting van zichzelf een belangrijke rol spelen, waardoor ze zichzelf steeds in een afhankelijkheidspositie brengen en zichzelf aanklagen. Men moet dan de partner dwangmatig op een voetstuk plaatsen, zodat deze nooit kan volbrengen wat de ander van hem verwacht. Zo provoceert men het falen van zichzelf en de partner. „Ik kan niet mijn man en kinderen de steun geven, die zij verdienen, ik faal in alles wat ik aanpak”. De depressie hangt samen met het jarenlang bestaande gevoel: „Ik kan mijn ouders niet zoveel liefde geven, dat zij de ellende van de oorlog vergeten”.

Voorbeeld: iemand veracht zijn ouders, omdat zij zich in zijn opvatting zo passief hebben gedragen. De liefdesrelatie tot de ouders wordt overgedragen op de partner en zodra de partner iets nagelaten heeft, zich passief heeft opgesteld, ontlaadt zich een grote hoeveelheid woede en verachting op de partner ten opzichte van dat passieve gedrag.

 Elite-gevoel

Sociaal gezien kan dit elite-gevoel zich uiten in een hinderlijk: „Waar bemoeien jullie je mee. Jullie kunnen er niet over mee praten, alleen wij!” Men wordt dan geconfronteerd met de lugubere fantasie: „Mijn ouders zijn heel wat belangrijker en meer bijzonder dan de ouders van mijn vriend, want mijn ouders zaten in het concentratiekamp Auschwitz, waar gaskamers waren, en de ouders van mijn vriend zaten alleen maar in het concentratiekamp Theresienstadt zonder gaskamers.”

  1. Vervreemding

Zich vervreemd voelen van zichzelf. Overvallen worden door een diepgeworteld gevoel van eenzaamheid en zich nergens echt thuis voelen. Bang om alleen te zijn, bang om samen te zijn en bang om er niet meer te zijn.

 

Psychotherapeutische benadering

Symptoom en oorzaak helder krijgen

Speelt er in een werksituatie herhaaldelijk autoriteitsconflicten, dan is het doorlichten van de actuele arbeidssituatie even noodzakelijk als het onderzoeken van de geschiedenis van diegene.  

Een gezond deel van de persoonlijkheid aanspreken

Er is een gezond stuk persoonlijkheid nodig die normaal door kan gaan met leven en de innerlijke getraumatiseerde delen kan reguleren.

Relatietherapie

De traumasymptomen worden zichtbaar in de relatie. Door dit bespreekbaar te maken kan er over en weer meer begrip ontstaan.

Bron

https://psychotraumanet.org/nl/de-tweede-generatie-oorlogsslachtoffers-psychopathologische-problemen

 

De Amerikaanse psychoanalyticus Jill Salberg kijkt naar de overdracht van trauma door de lens van verstoorde hechting:

Als een ouder zijn reacties niet goed afstemt op de emotionele behoeftes van zijn kind, bijvoorbeeld doordat de ouder zich heeft afgescheiden van zijn eigen pijn en verdriet, dan zal het kind toch proberen om verbinding te blijven maken. Zelfs als dat betekent dat het kind zich moet verbinden met de leegte en het verdriet van de ouder. Je kunt ook hechten aan pijn en afwezigheid. Dit geldt overigens niet alleen voor kinderen van oorlogs-overlevenden maar ook voor kinderen van collectief of individueel trauma.

Salberg benadrukt dat wij het trauma kunnen herstellen door het trauma een stem te geven. Het is daarom van belang dat wij als tweede en derde generatie onze eigen pijn en daarmee de pijn van onze ouders zien, uitgraven, afstoffen, aankijken, bespreken, voelen en een plek durven geven. Erover praten is juist nu cruciaal. Onze kinderen moeten onbezwaard op pad kunnen, met een rugzak waarin genoeg ruimte is voor het creëren van een eigen identiteit. Dat is pas vrijheid.

Bron de Het Parool 4 mei 2020. auteur: Femmetje de Wind

Bij een transgenerationeel trauma wordt een trauma van generatie op generatie doorgegeven.

Dit gebeurt onbedoeld en onbewust, zonder dat er ooit over is gesproken. Het transgenerationeel trauma is een raadselachtig fenomeen waar psychologen zich nog niet zo lang over buigen. De Canadese psychiater Vivian M. Rakoff ontdekte het al in 1966, toen hij een hoog percentage psychische problemen vaststelde bij kinderen van Holocaust-overlevers. Naast oorlogstrauma’s kunnen ook andere vormen van trauma worden doorgegeven én klachten veroorzaken, zoals angst, depressie en PTSS.

Kinderen van traumaslachtoffers kunnen traumatische klachten ervaren terwijl zij zelf het trauma niet hebben meegemaakt. Dit effect kan tot vijf generaties doorwerken. Bijvoorbeeld mensen die zelf geen seksueel misbruik hebben ervaren, maar wel precies deze klachten hebben, zoals het gevoel nergens bij te horen en dissociatiesymptomen.

Volgens Hélène Dellucci, gespecialiseerd op het gebied van het transgenerationeel trauma, zijn er drie manieren waarop een trauma kan worden doorgegeven. Bijvoorbeeld; Een moeder met een misbruikverleden kan op haar dochters overbrengen dat mannen niet te vertrouwen zijn. Door dat traumagerelateerde wantrouwen in te prenten bij haar kinderen, kan ze zonder over het trauma te praten, toch stukjes overdragen.

Het doorbreken van transgenerationeel trauma

Transgenerationeel trauma kan doorbroken worden door het te verwerken alsof het een eigen trauma is. De eerste stap is herkennen en erkennen dat het trauma dat wordt meegedragen misschien niet van jou is. Daarom is het belangrijk om goed na te gaan of de klachten vanuit jezelf te verklaren zijn. Zo niet, ga eens na of iemand in de familie dezelfde problematiek heeft. Dezelfde angsten, dezelfde dwang, dezelfde negatieve overtuiging.
Het is effectiever om een probleem bij de oorsprong aan te pakken dan alleen symptomen te bestrijden. Daarom moet een transgenerationeel trauma behandeld worden alsof het een eigen trauma is ook al voelt dat oneerlijk.

Hulpvragen:

  1. Heb je fysieke, psychische of emotionele klachten die je niet kunt verklaren?
  2. Ga na of ouders of voorouders nare dingen hebben meegemaakt in hun leven.
  3. Zoek op welke symptomen mogelijk een gevolg kunnen zijn van de trauma’s van voorouders.

 

Wil je verlost worden van de effecten van Transgenerationeel trauma?

Ik help je er graag mee.

Neem contact met mij (Marja Postema) via het contactformulier om een gratis kennismakingsgesprek te maken.

Ik werk met de Trauma-geïnformeerde stabilisatie methode.

Lees meer over de TIST methode.

 

Ben je een professional die met mensen werkt?

In de Basisopleiding leer je een effectief stappenplan om dichter bij je gevoel te komen.

Je leert patronen te ontmantelen ontstaan door vroegkinderlijk trauma.

De opleiding is geaccrediteerd bij verschillende beroepsopleidingen.

Meer info vind je hier:

 OPLEIDING EMOTIONEEL MEESTERSCHAP VOOR PROFESSIONALS

 

 

INTERESSANT ARTIKEL? Wil je het delen met je netwerk?

Marja heeft bijna dertig jaar ervaring in het begeleiden van mensen bij de ontwikkeling van hun Emotionele Intelligentie en is auteur van het boek 'Emoties wat moet ik ermee?' en 'ABC van 15 emoties'. Marja heeft een effectieve stappenplan ontwikkeld die je helpt om emoties beter te herkennen, te accepteren en te uiten. Ze is getrouwd, heeft een volwassen dochter en woont en werkt in Amersfoort.

https://www.omgaanmetemoties.nl