U bent hier: Home » In de beste families » Help! Mijn collega lijkt op mijn dominante broer/zus

Help! Mijn collega lijkt op mijn dominante broer/zus

Hoe gezinspatronen zich herhalen op het werk

Ben je een modelwerknemer of lig je vaak met je leidinggevenden overhoop?

Als je vroeger thuis altijd gehoorzaam en behulpzaam was, is de kans groot dat je je ook zo gaat gedragen op het werk. Als je als de oudste  zorg droeg voor de kleinere kinderen zul je op het werk ook zorg hebben voor je collega’s. Deed je als kind altijd stilletjes allerlei klusjes zonder er veel waardering voor te krijgen, dan is de kans groot dat je dat blijft doen als volwassene.

Sommige kinderen gedragen zich lastig om daarmee de aandacht af te leiden van problemen tussen de ouders. Andere kinderen zijn voortdurend aan het bemiddelen. Weer andere trekken zich terug, zijn altijd buitenshuis of zitten voortdurend met hun neus in de boeken. Welke positie je ook had als kind, het is waarschijnlijk dat je als volwassene een soortgelijke positie kiest. Bemiddelaars blijven bemiddelaars, kinderen die zich in een hoekje terugtrekken, worden kleine zelfstandigen of voegen zich geruisloos in een grote organisatie.

Hoe spelen de relatie met broers en zussen een rol in jouw professionele leven?

Je groeit op binnen een systeem van leiders (je ouders) en collega’s ( je broers en zussen). Hoe je je verhoudt in een hiërarchische relatie wordt bepaald door de relatie met je ouders. Binnen dat systeem heb je een rol op basis van je plaats in het gezin zoals eerstgeborene, tweede kind, middelste kind, enig kind, jongste kind, nakomelingetje. Verantwoordelijkheidsgevoel, hulpvaardigheid, het vermogen relaties aan te gaan, bouw je binnen het gezin vooral op in het contact met broers en zussen. Door spelen, rivaliseren, ruzie maken en  samenwerken doe je er ervaringen op met teamwerk en met winnen en verliezen. Met al deze relatie- ervaringen stap je het werkend leven binnen.

De kwaliteiten die je al jong hebt ontwikkeld zijn vaak een drijfveer om een bepaald beroep te kiezen. Maar deze kwaliteiten kunnen ook een valkuil worden als je niet flexibel bent in je gedrag. Zo kan verantwoordelijkheid ontaarden in je overal mee bemoeien en het gehoorzame meisje in een burn-out omdat je niet geleerd hebt om grenzen aan te geven. Als je het charmante meisje hebt uitgebuit krijg je wel veel voor elkaar maar loop je het risico niet serieus genomen te worden. Dat geld ook voor de grappenmaker. Als je te zorgzaam wordt, gaat het over in betutteling.

Eerste kinderen krijgen alle aandacht van de ouders en hebben vaak moeite de aandacht af te staan aan een tweede en derde kind. De oudste kinderen komen vaak in verantwoordelijke posities terecht

Lees meer over wat het betekent om het eerste kind te zijn

Wat betekent het om het tweede en middelste kind te zijn?

Stel dat een collega erg veel lijkt op een broer die je altijd dwarsboomde of op je zus die altijd jaloers was of op de jongste thuis die alle aandacht kreeg?

Wanneer een collega lijkt op een familielid verwacht je onbewust dat hij of zij net zo gaat reageren als dit familielid. Je hebt het karakter al helemaal uitgetekend. Jouw reactie komt voort uit deze projectie en jouw oude gedrag. Voelde je je niet serieus genomen door je oudere zus en een oudere collega met dezelfde betweterige houding, dan zul je gelijk in de aanval gaan of geen mond meer open doen afhankelijk van je vroegere gedrag. Jouw gedrag wordt aangestuurd door diepe aannames over jezelf en over de ander. Bijvoorbeeld:

  • Wat ik ook doe (mijden of strijden) ik heb geen invloed/ controle
  • Wat ik ook doe, het is nooit goed
  • Wanneer ik niet oplet, gaat het niet goed
  • Ik hoor er niet bij
  • Ik wordt niet serieus genomen
  • Ik moet sterk zijn

Veel gedrag is te herleiden naar de relatie met je ouders. Bijvoorbeeld geen ‘nee’ durven zeggen omdat er vroeger van je verwacht werd om te helpen in het gezin. Een ‘nee’werd niet getolereerd. Wanneer je de neiging hebt om te roddelen of te mokken over je leidinggevenden, geeft dat aan dat je moeite hebt om een hoger geplaatste aan te spreken. De eerste hiërarchische ervaring is met je ouders.  Waren ze autoritair dan zul je wel uitkijken om te zeggen of dat iets je niet beviel. Mogelijk werk je extra hard om complimenten te krijgen van je leidinggevende omdat je dat van je ouders zo gemist hebt. Deze vormen van gedrag ontstaan meestal onbewust.

Altijd willen helpen is een oud scenario 

Collega’s willen helpen is geen probleem, maar je moet er wel voor waken dat je collegialiteit jou niet de kop kost.  Aan de ene kant geeft het helpen van collega’s energie omdat je veel waardering krijgt maar aan de andere kant kan het leiden tot uitputting als je altijd maar moet blijven helpen omdat je aardig gevonden wilt worden. Door je eigen werk steeds te onderbreken stagneert de vooruitgang in werktaken, raak je gefrustreerd en schaad het jouw voldoening en toewijding in je eigen werk.

Wanneer anderen helpen bij jou zó hoog in het vaandel staat, dat het een groot deel van je zelfbeeld bepaalt (Ik ben iemand die anderen altijd helpt), kun je er van uitgaan dat dit zelfbeeld in je gezin van herkomst is ontstaan. Het is een doodlopende weg omdat het veel energie kost en kan leiden tot overspanning en burn-out.

Lees meer over het stellen van grenzen.

Helaas werken tips en tricks niet wanneer jouw zelfbeeld er van doordrenkt is.

Het is belangrijker om meer vat te krijgen op je zelfbeeld.

 

Onderzoek jouw rol binnen het familiescenario

Hoe ben je beïnvloed door jouw geslacht?

Hoe ben je beïnvloed door de geboortevolgorde?

Welke verwachtingen hadden je ouders van je?

Welke strategie heb je ontwikkeld om aandacht te krijgen?

Hoe kom je los van deze onbewuste aannames?

Door jezelf waar te nemen en bewust te worden van deze oude patronen kun je nieuwe keuzes maken over wat je in een bepaalde situatie kunt doen. Je neemt jezelf waar terwijl er van alles door je heen gaat. Het is nodig om vanuit een afstand naar jezelf te kijken en je bewust te worden van je aannames en je gevoelens. het vraagt een mate van zelfbeheersing om niet jouw automatische impulsen te volgen zoals extra je best doen, op eieren lopen, mokkend rondlopen, je machteloos voelen etc. Op deze momenten zit je gevangen in een oud gevoel waardoor je je terugtrekt of juist de strijd aangaat. Als je de neiging hebt om je terug te trekken kun je proberen je meer te gaan uiten. Als je de neiging hebt om aan te vallen kun je proberen om de situatie eerst meer rationeel te analyseren.

Doe de gratis Zelfbeeldtest en krijg een spiegel voor hoe jij jezelf ziet en hoe je van jezelf moet zijn:

Ik meld me aan voor de gratis Zelfbeeld test
dit veld niet invullen s.v.p.

mm

Marja heeft meer dan twintig jaar ervaring in het begeleiden van mensen bij de ontwikkeling van hun Emotionele Intelligentie en is auteur van het boek 'Emoties wat moet ik ermee?' en 'ABC van 15 emoties'. Marja heeft een effectieve stappenplan ontwikkeld die leidt tot een diepgaande persoonlijke ontwikkeling met blijvend resultaat. Ze is getrouwd, heeft een volwassen dochter en woont en werkt in Amersfoort.

https://www.omgaanmetemoties.nl